In de voetsporen van twee Beatles vrienden

‘Toe maar, gewoon doen.’ Astrid zei het twee weken terug tegen me toen ik mijn plannen liet horen. Naar Engeland. Proberen om eindelijk Paul McCartney zijn hand te schudden en ondertussen wat locaties uit mijn roman te bezoeken ter verdieping.

De dagen erna het internet checken waar Paul uithangt, shit in de VS. Afgelopen donderdag in Londen volgens de berichten, snel een vlucht boeken. Astrid wil mee, helemaal fijn.

De reis gaat natuurlijk niet zonder horten en stoten. Dat zijn we wel gewend. Deze keer is het totaal aan al dan niet tijdelijke vervoerseuvels vier. Eén vliegtuig met bevroren vleugels, twee boten op de Thames die niet verder kunnen en één trein met pech. Een bijna gebruikelijke score voor ons.

Onze stemming wordt er alleen maar beter door, tegenslag, het hoort erbij. Hebben we succes met de zoektocht naar Paul? Helaas niet.

Ons hotel in St. Johns Wood heeft een bijzondere ontbijtdame. Ze ziet er uit als de moeder van Shani Davis en zo gedraagt ze zich ook. Ik betrap haar vroeg in de ochtend. Ze legt twee helften van een dweil op de vloer van de ontbijtzaal. Stapt er op en doet beide handen op haar rug. Zo ‘schaatst’ ze de houten vloer schoon en glimmend.

Zoals altijd winnen mijn dagdromen het van de mogelijke aardse werkelijkheid.

Deze drie dagen doe ik niet anders. We staan bij de ingang van Paul zijn Londen residentie op Cavendish Avenue. In gedachten komt Paul naar buiten lopen, wenkt ons naar binnen en bied een kop thee aan. Mijn plan is al gemaakt. Ik ga iets doen wat hem nog nooit is gebeurd. Trek mijn beurs en leg twintig pond in zijn hand, gewoon zo maar. Hij kijkt ons aan, lacht en besluit na de thee een paar pints in te schenken. Zijn stereo aan te zetten en de nummers van zijn nieuwe album aan ons te laten horen.
We komen er laat op de zondag achter dat Paul per trein tweede klas reizend vrijdag Londen heeft verlaten. We hebben inmiddels drie keer een poging gewaagd om hem te zien…

We reizen deze dagen door Londen met de ondergrondse. Soepel. We vallen middenin de St. Patricks festiviteiten. Er is een pub waar de Guiness uitverkocht is, dan weet je het wel.
Astrid heeft gelukkig zin om maandag, onze terugreisdag, naar Henley-on-Thames te reizen. Daar staat het majestueuze Friar Park van George Harrison. We hebben eigenlijk te weinig tijd, we doen het toch. Diverse scènes in de roman spelen zich hier af. Een prima excuus.

Ik ken Friar Park van foto’s, verhalen en de Beatles Anthology waar George, Paul & Ringo in het zonnetje in de immense tuin zitten te mijmeren en met ukeleles muziek maken.
Nu staan we er. Het hek en het gebouwtje waar al een klein gezin kan wonen. Het kasteel ontwaren we iets later vaag en in de verte verstopt tussen de bomen en achter een enorme schutting met daar bovenop vlijmscherp en veel prikkeldraad. De magie van de plek is er niet minder om.

We houden de tijd in de gaten en hopen dat de Harrison stamkroeg, de Row Barge inn, iets voor twaalven zijn deuren wil openen voor ons. Dat doen ze. Terwijl ik wat rondscharrel weet Astrid te verklappen dat ik een George fan ben. Dan moet ik het mannentoilet checken. Een foto van George uit 1978. Hij staat in het straatje van de Row Barge.

De uitbater verteld ons dat Harrison gewoon een local was en zich zo gedroeg. Waar nu de breedbeeld tv hangt hing voorheen het dart bord waar George graag een pijltje gooide. Zoon Dhani is ook een graag geziene gast, even ‘down to earth’ als zijn vader. Ik geloof het graag.

We vertrekken onder de tonen van ‘Got my mind set on you.’

jerriefriar

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s